Ik probeer al een tijd duurzaamheid te verankeren in organisaties. Regelmatig bekruipt me echter het idee dat ik tegen de stroom in aan het roeien ben. Wat spielerei in een door en door ziek systeem.
Veel bedrijven zijn wel bezig met duurzaamheid, echter bijna altijd als lippendienst. Yes, McDonalds die eindelijk vega burgers aanbiedt, maar tegelijkertijd verleidt tot het consumeren van zoete, vette troep. De kledingindustrie die wat transparanter is over de (slechte) werkomstandigheden en tegelijkertijd mensen probeert aan te zetten tot meer en meer kopen van synthetische wegwerp zooi. Tech bedrijven die groene datacenters beheren en tegelijkertijd spullen expres zo maken dat ze korter mee gaan en verslaving inbouwen in hun software. Elke bedrijfssector kamt hiermee, elke sector is ziek. Obesitas, burn-out epidemieën, vernietiging van de planeet zijn slechts logische uitkomsten.
Nu kan je wel alleen individuele bedrijven en consumenten hierop aanspreken, maar dan mis je de dieper liggende oorzaak: winstmaximalisatie. Als het systeem voorschrijft zoveel mogelijk winst te maken omdat aandeelhouders hierom vragen, het zo is aangeleerd op school/door de maatschappij (greed is good) dan kan je nog zoveel aandacht besteden aan SDGs, maar zal de bottom line zijn dat bedrijven alles doen waarmee ze weg kunnen komen om meer geld te verdienen. Belastingontwijking , uitbuiten van medewerkers of verslaafd maken van consumenten, it’s all good in the name of profit.
Dit is een stevig gevestigd systeem en daarom lastig aan te pakken. Het begint, net als elke systeemverandering, bij een andere blik. Niet winstmaximalisatie zien als de default optie om je bedrijf te leiden, waarbij mens, milieu en maatschappij ondergeschikt zijn, maar winstmaximalisatie zien voor wat het is: een destructieve incentive die onze ondergang vormt.
Het kan anders. Een oud alternatief is om de eigenaarschap te veranderen, van hijgende, naar financiële kwartaalcijfers kijkende aandeelhouders, naar medewerkers die het bedrijf in handen hebben en er voor de langer termijn inzitten of naar steward ownership. Een andere is van winstmaximalisatie als norm, naar minimum viable profit. Hierbij voelt een bedrijf zich in de eerste plaats verantwoordelijk voor het laten floreren van de consument, werknemer en bredere omgeving met tegelijkertijd voldoende winst te maken zodat een duurzaam financieel plaatje ontstaat. Dit betekent bijvoorbeeld dat een bedrijf ervoor kiest om minder spullen te verkopen, maar wat ze verkopen zo te maken dat het heel lang mee gaat, gezondheid bevordert en weer kan worden hergebruikt, dat ze tevredenheid van medewerkers echt centraal stellen ook als dat wat minder winst oplevert etc.
Nu is het lastig om als MVP organisatie groot te worden, aangezien er concurrentie is van winstmaximaliserende organisaties die goedkoper zijn doordat ze wel aan uitbuiting en destructie doen. Om een eerlijker en maatschappelijk wenselijker speelveld te krijgen is wetgeving nodig. Bedrijven moeten dan verplicht aantonen dat ze een positieve bijdrage leveren aan mens, milieu en maatschappij en zo niet boetes incasseren en uiteindelijk de tent sluiten. Geen positieve bijdrage, geen recht van bestaan.
Dit klinkt misschien allemaal radicaal en onrealistisch, maar neem eens een stap terug. Is het realistisch door te gaan in het huidige systeem wat vernietigt waar we het meest om geven?