Januari 2022
Ik staar naar het scherm en zie allemaal foto’s met prachtige, intense kleuren. Het zijn mijn longen. Althans, die zijn ergens onder dat vuurwerk te vinden. Gek genoeg schrik ik niet. Ik zeg iets als: ‘zo dat ziet er mooi uit’. Ik weet niet of ik het zeg omdat ik dat echt vind en me niet besef wat de foto’s betekenen of omdat ik leuk wil doen om maar niet te voelen.
De arts vertelt dat ze denkt dat ik sarcoïdose heb, maar om dat zeker te weten zijn er nog een hele reeks testen nodig. Ik laat de informatie binnenkomen, maar ben slechts beperkt in staat iets op te nemen, laat staan om echt iets zinnigs te vragen.
Beduusd loop ik weg. Buitengekomen schrijf ik nog snel op wat ik heb onthouden, iets met ‘sar’ was het – Google zal straks wel meer duidelijkheid bieden. Ik voel me onzeker en er schieten gedachten en vragen door me heen: waarom heb ik ter plekke niets opgeschreven? En waarom ging ik ook alweer alleen naar deze afspraak? En is het erg wat ik wellicht heb?
In een klap word ik met mijn neus op de onvoorspelbaarheid, oncontroleerbaarheid en vergankelijkheid van het leven gedrukt. Het zijn alle drie waarheden die ik cognitief al lang onderschrijf, maar zo echt voelde ik ze nooit eerder.
Als ik naar buiten loop, zie ik een groot bord met daarop de tekst: ‘Dankzij dit ziekenhuis heb ik weer grip op mijn leven’. Ik schiet in reactieve gedachten. Grip? Waar heeft dit bord het over? Grip hebben is toch allemaal illusie?
En toch zou het me enorm veel rust geven als ik nu wist wat dat vuurwerk was en ik een magische staf had om het weg te toveren. Het eerste wat ik doe als ik thuiskom, is het alwetende internet raadplegen. Uitzoeken wat dat sar(coïdose) precies is, wat je ertegen kunt doen, waar je het beste behandeld kunt worden etc. Ik probeer dus eigenlijk grip te krijgen, onrust te reduceren door toename van kennis.
Hoewel dat natuurlijk een valide actie is, is het niet wat ik eigenlijk nodig heb. Want op hetzelfde moment racet mijn hart, zijn mijn spieren gespannen en voel ik me angstig. Mijn gedachten gaan in een tempo waar Max Verstappen jaloers op zou zijn.
Totdat mijn uitgeputte lichaam me dwingt om te stoppen. Ik probeer terug te gaan naar het hier en nu, zonder grip, maar met de altijd aanwezige mogelijkheid om met mildheid te kijken naar al die gevoelens, sensaties en gedachten. En beetje bij beetje kan ik wat meer afstand nemen, kalmeer ik, en vind ik enigszins rust in gewaar zijn.