Juni 2025
Ik begrijp het. De wens die ik hoor van docenten om neutraal onderwijs te geven. Het gaat hierbij om objectief onderwijs, waarbij wij als docenten en als hogeschool geen expliciete waarden uitdragen en onpartijdig zijn. We zijn immers als hogeschool op aarde om kritisch denkende mensen op te leiden die vakbekwaam zijn, niet om te indoctrineren. Binnen mijn eigen ICT-instituut hoor ik collega’s zeggen: “Eerst maar eens studenten goed leren programmeren, dat is al moeilijk genoeg.” We zouden weg moeten blijven van “sturen op woke thema’s als diversiteit en duurzaamheid”.
Maar neutraal onderwijs geven is onmogelijk en bovendien niet wenselijk. Het kan niet omdat onderwijs altijd een spiegel van maatschappelijke waarden, mensbeelden en machtsstructuren is. We zijn zo gewend geraakt aan een bepaalde manier van dingen doen en zien dat we niet door hebben dat het niet neutraal is. Ja, ook in het ICT onderwijs. Achter iets schijnbaar neutraals als goed programmeren, gaat een wereld schuil van macht, waarden en beelden. Is het goed als het voldoet aan de wat opdrachtgever wil? Is het goed als het zo snel mogelijk tegen tegen zo laag mogelijke kosten wordt opgeleverd? Of is het goed als het geen schade berokkend aan mens, milieu en maatschappij? Hoe we hierover denken bepaalt wat en hoe we onderwijzen.
Het is niet wenselijk omdat de mythe van neutraliteit niet alleen de inherent waardegeladen realiteit maskeert, maar het kan ook schadelijk zijn:
- Ze ondermijnt professionele vrijheid: docenten en studenten kunnen uit angst om niet neutraal over te komen thema’s vermijden die als controversieel worden gezien.
- Ze versterkt ongelijkheid: ‘neutraal’ betekent vaak dat de normen van de dominante groep leidend zijn.
- Ze belemmert kritisch denken: door bestaande waarden en normen niet te expliciteren, maar als vanzelfsprekend en neutraal te presenteren, wordt een open dialoog over tegenstrijdige perspectieven bemoeilijkt.
Dit betekent niet dat ik pleit voor indoctrinatie om bepaalde waarden – hoe lofwaardig ook – te omarmen. Dat is evenmin duurzaam en brengt vergelijkbare problemen met zich mee. Waar ik voor pleit, is dat de waarden die je als school en instituut kiest, die je als docent uitdraagt, en die terugkomen in je onderwijs en vakgebied, expliciet worden gemaakt en openlijk besproken. Studenten leren zo omgaan met meningsverschillen, conflicten en meerdere perspectieven, en oefenen zich in dialoog en kritische reflectie. Niet om ze voor te schrijven wat ze moeten denken, maar om ze weerbaar te maken in een wereld die per definitie waardegeladen is.
Deze opdracht voor het onderwijs wordt alleen maar urgenter door de razendsnelle veranderingen die AI met zich meebrengt. AI is, net als elke technologie, niet neutraal. Welke kant AI op beweegt, hoe we het inzetten in ons onderwijs en werkvloer, wat we zelf doen en wat we overlaten aan AI, vraagt om waarden-gedreven keuzes. Waarden die het welzijn van mensen én andere wezens centraal stellen (dus niet alleen human centered). Dit vereist dat we deze waarden expliciet maken en daarover het gesprek voeren. We moeten ons niet verschuilen achter het idee dat het niet onze taak is studenten hierover te laten nadenken, ze vooral “lekker te laten (vibe)programmeren” en te blijven vasthouden aan de mythe dat we neutraal onderwijs kunnen geven.